Duurzaamwattes?!

Afgelopen woensdag stond er in De Stentor een artikel over duurzaamheidsprestaties. Deventer staat op plek 331 in de Gemeentelijke DuurzaamheidsIndex. En bungelt daarmee onderaan de ranglijst met in totaal 408 gemeenten. Een paar dagen later whatsappte collega-fractielid Tjeerd van der Meulen mij een artikel, waarin de Lochemse wethouder Thijs de la Court (GroenLinks) forse kritiek uit op de Index. De punten waar de Index op toetst (o.a. onderwijs, sport, burgerparticipatie en hernieuwbare energie) zouden te grofmazig en willekeurig zijn.

Volgens mij is dit de tragiek van duurzaamheid. Niemand weet precies wat het is, en iedere politieke partij houdt er zijn eigen definitie op na. Want, is het duurzaam dat een vrouw met een tas zo groot als een hutkoffer een minuut moet nadenken over de zojuist door mij gestelde vraag of ze een plastic tasje wil, uiteindelijk zuchtend, steunend en haast opofferingsgezind bevestigend reageert? Misschien is het duurzaam dat je een toiletpapier in vier gelijke delen knipt, met één deel je billen afveegt en je zodoende langer met een rol doet? Of is het duurzaam om met een elektrische auto rond te rijden, of bewijs je dan dat je behoort tot de ‘happy few’ die zich dat via een leaseconstructie kunnen permitteren? Mijn antwoord: Zou kunnen.

Wat we wel weten, zijn de feiten. Feit is dat economische groei niet leidt tot een gelukkiger en volmaakter leven. Feit is dat we verslaafd zijn aan Russisch aardgas, dat land waar homorechten een lachertje zijn. Feit is dat de werkloosheid hoger is dan ooit. Feit is dat steeds meer mensen in armoede leven. Al deze feiten wrijven ons één ding onder de neus: We zijn er nog lang niet!

De politiek moet zich niet blind staren op definities en wat meten we wel en wat meten we niet, maar moet het lef hebben duidelijke keuzes te maken, doelstellingen daadwerkelijk na te streven en daar de bijbehorende middelen voor vrij te maken. Is het duurzaam om mensen in de bijstand verplicht vrijwilligerswerk te laten doen met een baan als het uiteindelijke doel? Ik denk van niet, want armoede en werkloosheid zijn gevolgen van een structurele oorzaak. De duurzame weg zou dus het opsporen en oplossen van de structurele oorzaken zijn. Door symboolpolitiek worden mensen niet aan een baan geholpen! De politiek wil per se laten zien dat zij mensen niet pampert, en daarom moeten mensen in de bijstand daar de tol voor betalen. In plaats van iemand in de bijstand te belonen voor het feit dat hij/zij vol overgave de honden in de buurt uitlaat, worden mensen in de bijstand die geen vrijwilligerswerk doen bestraft door middel van inperking van de uitkering. Armoede maakt het vinden van een baan alleen maar moeilijker, dus heel duurzaam kunnen we deze manier dan niet noemen, lijkt me! Tenzij een vicieuze cirkel de duurzame doelstelling is …

Duurzaamheid proberen vast te leggen in een index is leuk, maar gaat compleet voorbij aan de echte keuzes waar we voor staan. Hebben we het lef om mensen daadwerkelijk de verantwoordelijkheid te geven over hun eigen leven, of willen we een VVD-samenleving vol wantrouwen en wraakgevoelens? GroenLinks kiest voor dat eerste! Blijven we accepteren dat praktisch alle bomen in Deventer gekapt mogen worden zonder vergunning, of gaan we voor een stad vol natuur, veel diersoorten en stadslandbouw? Laten we gaan voor dat tweede! Kiezen we voor professionele zorg, of wilt u voortaan dat de buurman van uw moeder haar voortaan moet wassen? Voor GroenLinks geen moeilijke keuze!

We kunnen het ons niet permitteren om ons te verliezen in een wedstrijdje ‘duurzaam ver plassen’, waarbij een goed cijfer in een index ons doel is. Het gaat om mensen, niet om cijfers!

Reactie op Borkent en Van Schijndel

Ik ben blij dat mijn achtergrondartikel in De Stentor van 4 januari over armoede in Deventer en het beleid dat daarvoor is, reacties heeft losgemaakt. Veel mensen maken zich zorgen om de (verborgen) armoede in Deventer en omgeving. Blijkbaar leeft het thema. Terecht, denk ik zo! Helaas heb ik ook wel een aantal misvattingen gelezen, van mensen die misschien de kern van mijn verhaal niet helemaal begrepen hebben. En van politici die hun eigen straatje proberen schoon te vegen, zo voor de naderende gemeenteraadsverkiezingen.

Zoals in De Stentor van 11 januari, waar de secretaris van Deventer Belang, Albert Borkent, beweert dat er genoeg regelingen zouden zijn om armoede ‘voor een deel’ te bestrijden. Nou ben ik niet goed in raadspelletjes, maar zal Borkent doelen op bijvoorbeeld RechtOp? Inderdaad, dat was een uitstekende regeling. Maar deze regeling is vakkundig uitgekleed door wethouder Margriet de Jager van .. jawel, Deventer Belang. Borkent gebruikt de rest van zijn 200 woorden om de deelname van landelijke partijen aan lokale verkiezingen te hekelen. Stemmers kunnen ‘het tij keren’ door op lokale partijen te stemmen. Gelet op het feit dat een wethouder van zijn lokale partij het armoedebeleid heeft uitgekleed, vind ik dat nogal een aparte uitspraak. Was dit uitgeklede armoedebeleid dan succesvol? Ik kan het niet echt zo noemen, geloof ik! Het aantal aanvragen voor een bijstandsuitkering is in 2013 toegenomen met 14% ten opzichte van het jaar ervoor en de voedselbank heeft het nog nooit zo druk gehad. Allemaal dankzij het armoedebeleid onder de wethouder van zijn Deventer Belang. ‘Eind goed, al goed’ noemt Borkent dat, die blijkbaar de huidige toename van armoede succesvol beleid vindt.

Dan Marien van Schijndel. Marien, bedankt voor je brief! Zoals jij mijn artikel met veel interesse en waardering hebt gelezen, zo heb ik dat uiteraard ook met jouw brief gedaan. Jammer dat je mijn conclusie dat de armoedenota uit 2011 nogal armoedig is, teleurstellend vindt. Hier heb jij klaarblijkelijk uit opgemaakt dat ik vind dat er een nieuwe nota geschreven moet worden. Laat ik dat misverstand hier meteen wegnemen. Dat is juist wat ik niet zeg! Ik pleit er juist voor dat we het lef moeten hebben om het systeemdenken, zoals ik ook schrijf in mijn artikel, los te laten. De paus naar Deventer halen voor een lezing over armoede? Complimenten voor je out-of-the-box denken, Marien! Maar laten we hier wat concreter worden. Een lezing van de paus is leuk, maar dat gaat de armoede niet oplossen. Hoeveel bezieling hij ons ook weet over te brengen. Waarom kiezen we niet voor bevlogen dwarsdenkers als Jos de Blok (directeur Buurtzorg Nederland) die het systeemdenken volledig heeft losgelaten in zijn organisatie en het lef heeft mensen echt centraal te stellen? Ik pak de handschoen graag op!

Armoe troef

Van de week las ik in de krant dat het aantal huishoudens dat in armoede leeft weer fors gestegen is en dat één op de tien kinderen opgroeit in armoede hier in Nederland. Even voor uw beeld: Dat zijn dus ongeveer twee kinderen per Nederlands klaslokaal. Nederland, u weet wel … Dat land waar niemand arm hoeft te zijn, dat land waar geluk hebben een keuze is, dat land waar zelfredzaamheid en participeren hoog in het vaandel staan. Dat land!

Deventer is als mooie, Nederlandse Hanzestad aan de IJssel helaas geen uitzondering wat betreft armoede. Met de informatie uit het artikel in mijn achterhoofd ben ik eens op zoek gegaan naar het armoedebeleid in Deventer. Ik stuitte uiteindelijk op een stuk uit 2011 als meest recent beleidsdocument. Even for the record: Het is ondertussen bijna 2014 en de situatie zoals deze was in 2011 is bijna niet meer vergelijkbaar met de situatie zoals we ‘m nu kennen. Juist nu merken mensen steeds hardnekkiger de crisis. Spaargeld raakt op, die auto moet dan toch maar de deur uit en tijdelijke contacten worden bijna niet meer verlengd. En juist nu laat de Deventer politiek mensen volledig in de kou staan.

Ik vind het stuitend dat het gemeentebestuur volledig inzet op Eigen Kracht, maar daarbij compleet voorbij gaat aan het feit dat er mensen in onze gemeente wonen die het simpelweg niet alleen redden. Het armoedebeleid in Deventer is primair gestoeld op, en ik citeer: de eigen verantwoordelijkheid van de burger (walgelijk woord, maar dat voor nu terzijde) dat voorop moet staan. Van mensen wordt verwacht dat ze zelf de weg weten naar instanties en specifieke regelingen vinden. Dus …
Ik neem aan dat mensen die – helaas – het armoedebeleid nodig hebben dat zelf ook wel snappen en ik zie werkelijk de meerwaarde niet van dit opschrijven in een dusdanig stuk.

Laat ik de eerste zijn om te benadrukken dat ook ik van mening ben dat mensen in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven. Maar geef ze dan ook het vertrouwen om die verantwoordelijkheid daadwerkelijk te nemen. Ik vind het namelijk ook verantwoordelijk gedrag als mensen aangeven dat ze het niet alleen redden en hulp van de gemeente nodig hebben. Hulp die zo langzamerhand eerder uitzondering dan regel is. Het is volslagen wensdenken dat alle mensen de weg naar instanties kennen en ik vind het een uiterst trieste tendens dat de hulpvraag van mensen in armoede steeds minder beantwoord wordt. Eigenlijk is het armoedebeleid in Deventer één grote mythe van beheersbaarheid. Als we maar gewoon opschrijven dat mensen primair zelf verantwoordelijk zijn dan komt het wel goed. Ik zou willen dat het zo makkelijk was.

Het gemeentebestuur gaat in mijn ogen echter volledig voorbij aan één essentiële vraag: Wat is de bedoeling van ons armoedebeleid? Volgens mij om mensen in armoede zo goed mogelijk te helpen. In plaats van daarvan heeft het systeemdenken grote delen van het Deventer bestuur overgenomen. Het systeem zegt dat mensen in armoede zichzelf in eerste instantie moeten redden, dan moeten mensen in de echte wereld daar maar gewoon aan voldoen en dan is het prima. De computer zegt namelijk dan dat we plussen aan het einde van de rit en dan is iedereen tevreden. Nogmaals, ik zou willen dat het zo makkelijk was.

Stiekem hoop ik dat er reacties komen dat ik onzin klets en dat Deventer het armoedebeleid prima op orde heeft. Dan maak ik nu alvast een diepe buiging en bied ik meteen maar even mijn excuses aan. Ik vrees alleen het ergste.

Heb ik de oplossing paraat? Nee! Althans, niet volledig! Maar ik vind een summier beleidsdocument van 12 pagina’s uit 2011 nogal armoedig voor deze grote problematiek!

Cultuur, gewoon even fijn!

Zaterdagavond 23 november, DOKH2O, License To Swing:
Vier bigbands + één jazzcombo = een heerlijk avondje muziek en fijne gezelligheid!

Ho, wacht eens even! Is dat alles, Koen? Wat is de economische toegevoegde waarde? Is er wel winst gemaakt? Het heeft ons als overheid toch geen geld gekost? Hebben deze bigbands wel voldoende eigen inkomsten? De gemeente subsidieert dit toch niet? In tijden van crisis kan dat echt even niet!

STOP!!!!!

Het was gewoon een onwijs toffe avond met heerlijke muziek en leuke mensen. Soms moet dat gewoon even! Politici doen ons echter de laatste jaren geloven dat alles en iedereen moet worden afgerekend op het saldo onder aan de streep. En als dat saldo negatief is, dan zijn de rapen gaar! Dan moet er ineens alles aan gedaan worden om dat op korte termijn positief te krijgen. Dat de gevolgen op de lange termijn nou niet bepaald tof zullen zijn, daar kraait geen haan naar. Het systeem van de markt en winstmaximalisatie is doorgedrongen tot in de haarvaten van de overheid en de meeste raadsleden binnen de gemeente Deventer vormen daar geen uitzondering op. Is het niet economisch rendabel, dan moeten we toch eens even achter onze oren krabben of dit dan wel kan blijven. Zo kon het gebeuren dat De Leeuwenkuil moest vrezen voor haar bestaan en het Deventer Historisch Museum bijna met haar complete collectie op straat stond.
Dit irritante systeemdenken leidt volgens mij volkomen af van de vraag wat nou de bedoeling is van onze Deventer cultuursector? In mijn ogen is dat namelijk niet dat er winst gemaakt moet worden, in ieder geval niet op de eerste plaats. Cultuur betekent ontspanning. Iets dat juist in deze tijden van stress van vitaal belang is voor het welzijn van onze inwoners. Cultuur betekent ruimte geven aan een mix van opkomend talent en gevestigde namen. De stad als podium waar muzikanten, schilders, dichters, toneelspelers etc. hun kunsten kunnen tonen en het publiek mee kunnen nemen naar hun wereld. Cultuur betekent positivisme en tolerantie. Niemand wordt buitengesloten en iedereen mag meedoen. Dat is voor mij de bedoeling van de cultuursector in een notendop!!

Dat cultuur tevens betekent dat er een sfeer ontstaat in de binnenstad waar kleine, authentieke winkeltjes en bedrijven zich graag vestigen , waar creatief ondernemerschap niet bij de eerste de beste fout wordt afgeschoten, maar de tijd krijgt om te groeien en waar toeristen en onze inwoners graag komen om hun inkopen te doen en elkaar te ontmoeten, dat vind ik alleen maar fijn. Kom dan nog maar eens terug met het rekenmachinetje om de economische toegevoegde waarde van de cultuursector te berekenen. Ik ben ervan overtuigd dat er dan een heel ander beeld ontstaat. Simpelweg omdat de cultuursector dan wordt afgerekend op waar zij voor bedoeld is!

Terug naar zaterdagavond. Het was een avond waar jong talent in de vorm van jazzcombo Seven Steps een uitstekende indruk maakte en het publiek alvast kennis kon maken met de professionele muzikanten van morgen. Het was een avond waar gerenommeerde bigbands als Deventer Swing Orkest, Bigband Twello, Hanzestadband en Deventer Jazz Orkest hun naam en faam meer dan waar maakten en lieten zien en horen wat liefde voor muziek eigenlijk betekent. Het was een fijn avondje uit, een avondje waar mensen elkaar ontmoetten, samen konden genieten en helemaal opgeladen DOKH2O weer verlieten. En dat is voor mij duizend keer belangrijker dan de vraag of er wel genoeg kaartjes zijn verkocht om winst te maken!

Waarom de gemeenteraad in? Daarom!

Ik mag graag kijken naar Man Bijt Hond. Even voor de mensen die dat niet kennen: het is een televisieprogramma dat zich vooral leent als uithangbord voor mensen die alles behalve gemiddeld zijn. En als ik weer eens zit te grinniken bij het zien van een man die van weggegooide wasknijpers een middeleeuws kasteel bouwt, krijg ik altijd onwijs op mijn donder van mijn vader. Koen Boswinkel, hij doet er niemand kwaad mee.

Leven en laten leven.

Dat is voor mij een onwijs grote waarde. Wie ben ik om jou te veroordelen om wat je doet of om wie je bent. Wie ben ik om te zeggen dat je als man niet met een andere man mag zoenen? Wie ben ik om te zeggen dat kunstenaars luie subsidietrekkers zijn? Wie ben ik om duizenden varkens in een megastal te proppen, alleen omdat ze een lekker kontje hebben? Wie ben ik om vrouwen die seks zo leuk vinden dat ze er hun beroep van willen maken te veroordelen? Ik ben in dat opzicht helemaal niemand.
Echter, leven en laten leven betekent niet hetzelfde als: stik er maar in. Het is jouw probleem. Gelukkig is het zo dat we niet alleen op deze aarde rondbanjeren, maar dat we met ruim 7 miljard mensen zijn, waarvan zo’n 100000 mensen in Deventer wonen. Dat betekent wederzijdse rechten en plichten. Als inwoners onderling, maar ook zeker tussen gemeente en inwoners. Ik wil niet wonen in een gemeente waar raad en college geen enkele verantwoordelijkheid meer nemen en hun handen aftrekken van alles wat ik als GroenLinkser zo belangrijk vind. Ik wil niet wonen in een gemeente waar mensen aan hun lot worden over gelaten onder het mom van participeren en zelfredzaamheid. Dat iemand in het water ligt, wil nog niet zeggen dat diegene ook daadwerkelijk in staat is om te zwemmen. In plaats van een reddingsboei is de algehele tendens vanuit onze gemeente: red oe de met. Ik wil niet wonen in een gemeente waar de cultuursector alleen nog maar populaire voorstellingen naar Deventer haalt en op geen enkele manier nieuwe talenten en minder populaire voorstellingen en artiesten durft te programmeren, omdat zij door de gemeente wordt afgerekend op uitsluitend bezoekersaantallen, verkochte colaatjes en de winst onder aan de streep. Dat is laf in plaats van nieuwe deuren openend, iets waar ik de cultuursector over het algemeen onwijs om bewonder.

Ik wil wonen in een gemeente waar mensen op een ontspannen en positieve manier met elkaar omgaan. Een gemeente waar een verpleegkundige in de thuiszorg wordt afgerekend op de kwaliteit van zorg en medemenselijkheid en niet op kwantiteit van zorg, zoals zorg binnen de tijd weten te verlenen. Een gemeente waar jongeren en studenten makkelijk aan woonruimte kunnen komen, omdat de raad en college bereid zijn bestemmingsplannen aan te passen en zo nodig leegstaande kantoorpanden te kopen. En als het niet verhuurd kan worden, waarom geen atelier voor kunstenaars en andere cultuurtoppers? Een gemeente waar geluisterd wordt naar mensen waar het beleid voor wordt gemaakt. Een gemeente waar zowel grootse evenementen als kleine, authentieke voorstellingen welkom zijn. Een gemeente waar mensen dieren zien als levende wezens en niet als een product. Een gemeente waar natuur mag bestaan en waar een grote biodiversiteit vanzelfsprekend is. Een gemeente waar je hand in hand kan lopen, ook als het twee nagelgelakte vrouwenhanden zijn.

Ik wil wonen in een gemeente waar politici hun nek durven uit te steken. Politici die bereid zijn om vertrapt te worden om de weg voor anderen te plaveien. Om nu uitgelachen te worden, maar over tientallen jaren worden herinnerd als vooruitziend en creatief. Om samen met inwoners te werken aan een groenere en socialere stad. Dat is waar Deventer, met al haar prachtige mensen, bijzondere bedrijven en schitterende uitstraling en historie, om vraagt. Ik ben bereid om mijzelf de komende vier jaar als raadslid te laten vertrappen en ik hoop dat Deventernaren mij die kans willen en durven geven.

Even Eerlijk

Ik moet de laatste tijd nogal vaak eerlijk zijn. En dat begint me een beetje te irriteren. Niet omdat ik ervan houd om te liegen. Integendeel. Ik heb Nederlands meest bekende grootmoeders wijsheid ‘Eerlijkheid duurt het langst’ hoog in het vaandel staan.
Nee, het gaat mij om de manier waarop. Kern van mijn irritatie is de zin: ‘Laten we nou heel eerlijk zijn’ die met name opduikt in discussies en goede gesprekken (u kent ze vast wel: goed glas wijn, goed blokje kaas en de rest kom vanzelf) over bijvoorbeeld de zin van het leven.

Een voorbeeld: Laatst kwam een vriendin van mijn ouders bloemen brengen, omdat mijn ouders de volgende dag terug zouden komen van vakantie. Aangezien ik goed ben opgevoed, bood ik die vriendin een kop thee aan. Al kletsende en beleefdheden uitwisselende kwamen we op het onderwerp homoseksualiteit. Nou vind ik iemands seksuele geaardheid het meest nutteloze feit dat er is, maar die vriendin dacht daar toch wat anders over. We raakten verwikkeld in een op zich vriendelijke discussie over mijn broertje die net zoals 10 procent van de Nederlandse bevolking een seksuele voorkeur heeft voor iemand van hetzelfde geslacht. De vriendin raakte bij mij een snaar door te stellen dat mijn moeder veel liever had gehad dat mijn broertje hetero zou zijn geweest. Inderdaad, deze stelling sloot zij af met: ‘Laten we nou heel eerlijk zijn.’ Nou gaat dit verhaal niet over het standpunt van mijn moeder ten aanzien van de seksuele voorkeur van mijn broertje, maar hecht ik er toch aan even te benadrukken dat ik niet geloof dat mijn moeder dit zo voelt. Ja, hij kiest niet voor de meeste bewandelde weg, maar gaat eens kijken wat er buiten het gebaande pad zoal te zien is. En ook al voelt mijn moeder het wel zo. Dan is het nog niet aan die vriendin om mij dat op deze manier duidelijk te maken.

Goed waar was ik. O ja, mijn irritatie over het ‘Laten we nou heel eerlijk zijn’-syndroom. Mijn irritatie zit ‘m namelijk in de vooringenomenheid van die zin: Mijn mening is het meest logische, want ik vind dat nou eenmaal zo. Vind jij wat anders? Agh Koen, kom op. Wees nou even heel eerlijk. Zo is het toch gewoon. Ik weet niet waarom men deze zin zoveel gebruikt. Misschien omdat we al zo weinig zekerheden hebben. Dan is het in ieder geval fijn om te weten dat anderen jouw mening delen. Al dan niet opgedrongen. Bij mij werkt ‘ie ondertussen averechts en staan mijn hersens op scherp als ik iemand die bloedirritante zin hoor uitspreken! En laat IK nu even heel eerlijk zijn: ik moet ontzettend nodig naar de WC.

De Mensentuin: Triest, maar hoognodig.

Door een der onze redacteuren

Het dierenrijk heeft er een nieuw fenomeen bij. De allereerste mensentuin ter wereld wordt binnenkort geopend.

‘De mens in zijn natuurlijke habitat. Althans, dat proberen we zo goed mogelijk na te bootsen. Hij heeft alles wat hij in het wild ook heeft in principe. Een smartphone, voldoende snoepgoed en een warme douche. Alleen dus wel op een afgebakend terrein’, aldus mensentuindirecteur Dombo de Olifant.

De mensentuin is een nieuw fenomeen binnen het dierenrijk en is ontzettend nodig. Dombo de Olifant vervolgt: ‘Als dieren maken wij ons grote zorgen om het welzijn en de welvaart van mensen. Wij zien hen worstelen met tegengestelde belangen, politieke besluiteloosheid, loze beloften, verregaand negativisme, haatzaaiende personages en wanhoop. En de gevolgen van het voorgaande zijn niet mis. Mensen kunnen het hoofd – financieel, sociaal en geestelijk – nauwelijks nog boven water houden en zijn de wanhoop echt nabij. Daarnaast moeten wij als dieren constateren dat de manier waarop mensen in hun behoefte proberen te voorzien niet lang houdbaar meer is en een grote wissel trekt op alles wat ademt en leeft, niet in de laatste plaats op moeder aarde zelf. Met de mensentuin willen wij proberen de prachtige soort Mens te behouden, omdat de soort klaarblijkelijk niet in staat is zichzelf te redden gezien de snel afnemende in het wild levende families. Het baart ons grote zorgen dat de ouderen onder de Mensen niet langer op de noodzakelijke zorg kunnen rekenen. Familie en vrienden van deze oudere moeten het helpen overnemen. Bij ons dieren is dat aan de orde van de dag … Absoluut, maar ook bij ons zijn de voorbeelden talrijk van dieren die toch worden geholpen bij gebrek aan hulp binnen de eigen soort.’

Dombo laat met zichtbare vertedering een foto zien van een katje dat wordt opgevoed door een roedel wolven.

Dombo gaat verder: ‘Soms denk ik wel eens: wat maken die mensen het toch ingewikkeld. Ga nou gewoon eens wat doen in plaats van dingen alleen maar uit lopen stellen, bij lopen stellen, af lopen stellen etc. Vind je het gek dat de gewone mens helemaal gek wordt van die ‘wijzen’ in Den Haag. Ik zie ze alleen maar ruziemaken, maar ondertussen gebeurt er bar weinig. Ik bedoel, met onze ‘wijze’ (Koning Leeuw red.) valt niet altijd even goed te praten en soms is ‘ie nogal onredelijk en knorrig, maar je weet tenminste wat je aan hem hebt. En, hij is een echte leider! Een leider die weet wat er gebeuren moet en daar ook naar handelt. Dat hebben die mensen nodig. Die leider ontberen ze al jaren met deze aftakeling van de soort als gevolg. En dat maakt de mensentuin zo nodig als we in de toekomst ook nog van ze willen genieten. En dat genieten kan nu dus hier. ’

‘Ik moet zeggen dat ik wat betreft de toekomst positief gestemd ben. Ik kom met regelmaat over de vloer bij de kleinere mensenasiels waar de jongere mensen worden voorbereid op de toekomst. Scholen worden die asiels ook wel genoemd. Daar word ik keer op keer geraakt door het niet aflatende positivisme van die jongeren. Dat stemt mij optimistisch. Het zijn realistische Mensen die beseffen dat het moeilijker gaat worden dan dat het vaak voor hun ouders was. Ze zijn creatief en durven op hun bek te gaan’, sluit Dombo zijn verhaal af.

De mensentuin is dagelijks geopend van 10 – 17. Diersoorten in het bezit van een ‘MetUitstervenBedreigd’-pas krijgen 50% korting op de toegangsprijs van €1,44.

Prostitueetje Pesten

‘Wat doen die mevrouwen daar, pap?’ vroeg ik mijn vader minstens twaalf jaar geleden. Ik zag mijn vader nadenken over het antwoord dat hij aan die wijsneus moest geven en uiteindelijk vertelde hij mij dat mannen daar naar toe gaan om een vrouw op te halen. Nou was mama gewoon mama, maar wist ik wel dat zij een vrouw is, dus ik stelde de – in mijn ogen – logische vervolgvraag: ‘Dus jij hebt mama daar opgehaald?’ Tot zover mijn kennismaking met het oudste beroep ter wereld: prostituee.

Wat mijn ouders mij ook altijd hebben bijgebracht, is dat pesten niet mag! Pesten maakt onzeker, pesten maakt bang, pesten maakt heel veel kapot. Iedereen is het erover eens dat we daar een einde aan moeten proberen te maken. Echter, tot mijn stomme verbazing draagt het huidige politieke klimaat omtrent prostitutiebeleid een nare walm van prostitueetje pesten met zich mee! En dat is nog niet alles, de politici trachten het ook nog zo te verpakken dat het door hen gevoerde of voorgestelde beleid beter is voor de vrouwen met Utrecht als jongste voorbeeld. In mijn ogen is het tegendeel het geval.

Het Zandpad, de zone voor prostitutie in Utrecht, is schoongeveegd. Wegra, de laatste exploitant, is zijn vergunning kwijt op grond van verdenking van het faciliteren van mensenhandel. Terecht! Daar zal ik niks over zeggen.
Burgemeester Wolfsen laat echter de prostituees, hoewel het buiten zomers warm is, in de kou staan. Het is een utopie te denken dat het indammen of zelfs strafbaar stellen van prostitutie de mensenhandel doet afnemen. Zweden is daar bij uitstek het voorbeeld van. Wolfsen schetst dan ook een schijnwerkelijkheid als hij zegt dat het huidige schoonvegen het welzijn van de vrouwen verhoogt. Deze vrouwen verliezen in een klap hun legale inkomstenbron en staan met de handen in het haar. En dan staat de burgemeester doodleuk te beweren dat hij de vrouwen op deze manier helpt. Als de vrouwen zelf al aangeven dat zij juist nu vrezen voor mensenhandel en juist blij waren met de kant waar het beleid nu naar toe ging, in wat voor werkelijkheid leeft Wolfsen dan in vredesnaam?

Mensenhandel terugdringen is een nobel streven! Maar ga dat dan ook doen en pak niet de vrouwen die als prostituee hun geld verdienen hun baan af. Hoewel veel mensen meteen klaar zullen staan met hun morele tegenwerpingen, zijn er daadwerkelijk vrouwen die vrijwillig kiezen voor een werkend leven in de seksbrache! Dat er mensen zijn die daar moeite mee hebben en niet in geloven, is het probleem van die mensen en niet van de vrouwen zelf.
We moeten eens ophouden met het demoniseren van deze beroepsgroep en nu eindelijk eens gaan doen wat echt goed is voor deze vrouwen! Om te beginnen eens goed en echt naar ze luisteren. Wat willen ze zelf? Wat verwachten ze van de lokale overheid? Geef ze de kans om daadwerkelijk echt over hun eigen leven te beslissen in plaats van vanuit de ivoren toren te beslissen wat wel en niet goed voor ze is. Volgens mij weten deze vrouwen dat zelf namelijk dondersgoed. Leven en laten leven! Als vrouwen ervoor kiezen om van hun hobby hun beroep te maken, is dat alleen maar fijn en valt dat toe te juichen! Wie is de politiek dan om daar ook maar enig moreel oordeel over te vellen. Wat de gemeente moet doen, is deze vrouwen open en eerlijk tegemoet treden! Een goed sociaal vangnet, een duidelijk protocol om de kans op mensenhandel zo klein mogelijk te maken en vooral bescherming. Waarom geen permanent bemand politiebureau vlak in de buurt van de prostitutiezone dat effectief ingrijpen mogelijk maakt als daar de noodzaak toe is? Waarom nemen wij als gemeente de exploitatie van de ramen niet op ons, zodat vrouwen een betrouwbare verhuurder tegenover zich hebben? Als het welzijn van vrouwen in de prostitutie echt op 1 staat, zorg je ervoor dat ze dit beroep veilig uit kunnen oefenen in plaats van ze te diskwalificeren en ze te laten verdwijnen in de illegaliteit door prostitutie in te dammen.

Als ik de ouwe hoeren (ja, die twee zusjes van televisie) moet geloven, is een prostituee iemand met een maatschappelijke functie. Iemand waar met name mannen even stoom af kunnen blazen en kunnen ontsnappen aan de vluchtige maatschappij. Het zou mijn keuze niet zijn, maar als het voor die mannen helpt … Nogmaals, wie is de politiek dan om daar een morele berisping tegenover te stellen? Misschien zijn prostituees helemaal niet zo erg als we denken.

Mensenhandel en prostitutie zijn twee verschillende vraagstukken en dienen als zodanig te worden behandeld! Misschien wordt Nederland dan dat tolerante land waar we zo graag te koop mee lopen!

Een lesje relativeren

Snoozen! ik doe het bijna nooit, maar vanochtend lieten mijn oogleden mij geen andere keus. Met oprechte pijn in ’t hart drukte ik de wekker uit en zette ‘m tien minuten later. Tien minuten die ik nog hard nodig zou hebben, maar dus niet meer tot mijn beschikking had.

Die tien minuten verstreken alsof het tien seconden waren en nu waren mijn oogleden mij al wat beter gezind! Terwijl ik gapend de trap af loop, zie ik even de schone onderbroeken die mijn moeder op de trap heeft gelegd over het hoofd – Trouwens, wat is dat toch met schoon wasgoed op de trap leggen? Alsof het door dit soort guerilla-acties eerder naar boven komt. Eerder het tegenovergestelde – Afijn, ik zie dus die onderbroeken over het hoofd met als gevolg dat ik zeer ritmisch (ik kan niet anders zeggen) op mijn kont het resterende gedeelte van de trap af stuiter. Terwijl ik op het tapijt op de overloop mijzelf even heel zielig zit te vinden, besef ik me ineens dat ik tien minuten minder heb dan normaal en dus op moet schieten.

Ik schiet overeind, gooi mijn onderbroek in de wasmand, gris een schone van de stapel op de trap (Ha, zie je wel dat die stapel daar veel beter kan blijven liggen) en ren de badkamer in. Dit keer win ik eindelijk een keer van de gladde badkamertegels door eens niet in een veredelde spagaat te gaan en uiteindelijk sta ik onder de warme stralen van de douche. Geen zorgen, over dit gedeelte krijgen jullie geen enkel detail :)

Nadat ik mij ook door het slagveld dat mijn haar heet heb weten te werken en weer tijd heb verspild die ik niet heb … – Ik help u nog even herinneren, die verloren tien minuten aan snooze-tijd – deponeer ik een flinke klodder tandpasta op mijn elektrische(!) tandenborstel en vraag me niet waarom: Ik druk ‘m te vroeg aan, waardoor de tandpasta alle kanten op vliegt, behalve op de plek waar het hoort (even for the record: mijn tanden). Witte tandpasta op mijn zwarte shirt gaat niet samen en ik besluit, gezien de tijd die steeds sneller lijkt te gaan, dat ik dan maar een schoon shirt aan moet trekken … Tja, die ene die ik wil zit in de was. Die andere kan niet echt niet op mijn net schoon aangetrokken broek … Kortom, ik neem de tijd. Terwijl ik als een veredelde Frans Molenaar op zoek ga naar een geschikt shirt, hoor ik beneden de klok tien uur slaan en besef ik me ineens dat ik precies tien minuten bezig ben met het zoeken naar een shirt. Inderdaad, die tien minuten die ik niet heb! Ik gris een vrij neutraal (lees: saai) shirt uit de kast, trek ‘m aan en snel naar beneden. Zonder te vallen dit keer.

Terwijl ik al etend mijn schoenen aantrek, hoor ik nog net het slot van het journaal op de radio. Syrië is nog steeds niet echt gezellig, Turkije is al niet veel beter en de crisis is ook nog steeds niet voorbij. Er vormt zich een glimlach rondom mijn gezicht en ik realiseer me dat het altijd erger kan dan dit soort rampochtenden! Die glimlach verdwijnt echter vrij snel weer, ik ben bijna te laat! U raadt het al: ik heb nog tien minuten om mijn trein te halen …

Leuk schoolreisje vs. helse tocht

Ik woon aan een ventweg in Deventer met daaraan grenzend een mooie groenstrook. Ook staat er een basisschool, mijn oude school, vlakbij mij om de hoek. En eens per jaar zijn mijn oude school en die groenstrook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vandaag vroeg in de ochtend was het weer zover: schoolreisje. Opgewonden kinderstemmen, moeders die hun kinderen gauw nog een Liga in de rugzak duwen en gestresste juffen en meesters die er maar niet in slagen om hun leerlingen te tellen en de bus in te krijgen. Deze voorstelling speelt zich allemaal af voor mijn raam op deze groenstrook. Ik grijp deze voorstelling altijd even aan om terug te denken aan mijn eigen schoolreisjes. Hoe ikzelf als kleuter op de kinderboerderij geitjes aan de oren heb staan trekken, hoe ikzelf als leerling in groep 5 kleddernat werd in de wildwaterbaan in Hellendoorn en hoe ikzelf als beginnende puber heb geplaybackt op de bonte avond tijdens kamp in groep 8.

Terwijl ik zo lekker sta te graven in mijn eigen levensverhaal hoor ik het begin van het radio1-journaal: ‘Acht uur, Mientje Veenstra (ik weet even de echte naam niet meer) met het NOS-journaal. Opnieuw is er grote onrust ontstaan onder eindexamenscholieren nu blijkt dat er misschien veel meer examens zijn gestolen. Het zou gaan om diverse examens op het VMBO, HAVO en VWO.’

Wat moet het een hel zijn voor die scholieren op dit moment. Het hele jaar werk je toe naar dat gevoel dat al die wielrenners de afgelopen week moeten hebben gehad die de Alpe D’Huez één of meerdere keren hebben bedwongen. De uitslag is nog niet bekend, maar dit hebben we alvast gedaan! Maar in plaats daarvan blijkt die eindexamenberg ineens nog een paar honderd meter hoger te zijn. Wat finish?! Mocht je willen!
De spanning van de uitslag wordt overschaduwd door een spanning van Misschien moet ik gewoon volgende week nog een examen maken en niet eens omdat ik voorlopig gezakt ben. Eindexamen 2013 zal de geschiedenis ingaan als het eerste jaar waar één scheurtje in de envelop met daarin het examen Frans heel Nederland deed opschrikken en het systeem niet waterdicht bleek. Ik meen het uit de grond van mijn hart als ik zeg dat ik alle scholieren heel veel sterkte wens, wat de uitslag ook moge worden en wat er verder ook gaat gebeuren. Wat een kutsituatie!
Alleen omdat een stel losers, ik kan het niet anders zeggen, het nodig vonden om eindexamens te jatten. Althans, verdacht worden van het jatten van eindexamens. Iets met onschuldig zijn en tegendelen bewijzen.

Ondertussen rijden de bussen met basisschoolleerlingen weg. Op weg naar een hartstikke leuke dag! Niet wetende wat voor ellende hun nog te wachten staat. Geniet er nog maar van!